Lettertypen zijn er in vele soorten en maten. Op deze webpagina's schept Miriam van der Have, docent en senior consultant bij Emday, orde in de chaos en wordt en passant uitgelegd wat de sterke en zwakke punten van diverse font-technologiën zijn.

 
     
   
  | INHOUD | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | WOORDENLIJST |  
   
     
   
 

7 - PostScript versus TrueType

 
     
     

TrueType-fonts behoren bij de TrueImage paginabeschrijvingstaal en zijn de overblijfselen van een spetterende, maar al lang weer vergeten ruzie tussen Adobe enerzijds en Microsoft en Apple anderszijds.

In principe kunnen TrueType-fonts een minstens even goede kwaliteit hebben als PostScript-fonts. De kwaliteit kan zelfs beter zijn, omdat het aantal kerningparen dat door TrueType wordt ondersteund, groter is dan bij PostScript-fonts.

Maar in de praktijk valt de kwaliteit van TrueType-fonts erg tegen. Dat komt onder andere doordat TrueType-fonts geen gebruik maken van Bezier-krommen, maar van kwadratische vergelijkingen (y = x2, wie herkent 'm niet van de middelbare school?). Hoewel de wiskunde, en daarmee de benodigde processorcapaciteit van de computer, die nodig is om kwadratische vergelijkingen te kunnen uitrekenen, een stuk eenvoudiger is dan de wiskunde die voor Bezier-krommen nodig is, is het erg moeilijk om vergelijkingen te vinden die precies passen over de lijnen van het fontontwerp.

 
     

 
  TrueType-lettertypen zijn gebaseerd op kwadratische vergelijkingen.    

 
     

 
     

Omdat het moeilijker is om de juiste vergelijkingen bij de vorm van het oorspronkelijke ontwerp te vinden, worden in TrueType-fonts over het algemeen veel meer lijnstukjes gebruikt dan bij PostScript-fonts. Daardoor hebben TrueType-fonts een grotere bestandsomvang dan PostScript-fonts

  • TrueType gemiddeld 70 kb per stijl
  • Type 1 gemiddeld 35 kb per stijl
  • Type 2 gemiddeld 15 Kb per stijl

De vele kleine net-niet-helemaal-passende lijnstukjes maken dat de digitalisatie van het TrueType-font niet perfect is en zorgen er bovendien voor dat een document een grotere kans heeft niet afdrukbaar te zijn op een laserbelichter. Een groter aantal lijnstukjes betekent namelijk ook een groter aantal ‘knooppunten’. Het aantal knoopunten in een PostScript-bestand is samen met de hoogte van de resolutie van de printer, maatgevend voor de complexiteit van het PostScript-bestand. De kans dat de printjob te ingewikkeld wordt voor een belichter neemt dan ook toe als niet al te best gedigitaliseerde TrueType-fonts worden gebruikt.

 
     

 
  Tweemaal de a van het font Helvetica. Links opgebouwd uit Bezier-krommen, rechts uit kwadratische krommen. De blokjes in de rechter a zijn knooppunten, de rondjes zijn vergelijkbaar met de controlepunten van de Bezier-krommen.    

 
     

 
     

Vergelijking
In de illustratie onderaan deze pagina worden drie fonts met elkaar vergeleken:

  • ITC Avant Garde zoals die door Adobe wordt geleverd. Dit is een voorbeeldig gedigitaliseerd PostScript Type 1-font.
  • Bitstream AvantGarde BT zoals die tegenwoordig met CorelDraw wordt meegeleverd. Bitstream maakt uitstekende fonts in zowel TrueType- als Type 1-formaat. Het font dat we hier nader gaan bekijken is de TrueType-versie.
  • Corel Avalon, de Avant Garde kloon van de eerste CorelDraw-versies. Bij de eerste versies van CorelDraw werden fonts meegeleverd die door Corel zelf waren gedigitaliseerd.
 
     

 
 
 
     

 
     

Het eerste verschil dat opvalt, is dat het Bitstream-font ‘smaller loopt’ (de letters zijn net iets smaller dan bij de ITC Avant Garde en de Avalon). Als een document met dit font wordt opgemaakt en een servicebureau zou het Bitstream-font vervangen door de ITC Avant Garde (die in iedere printer en belichter standaard aanwezig is), dan zou één van onderstaande situaties optreden:

  • de spatiëring van de ITC Avant Garde wordt gebruikt, waardoor de tekst verloopt en het document langer wordt, of
  • de spatiëring van de Bitstream AvantGarde BT wordt gebruikt, waardoor de letters in het gehele document te dicht bij elkaar worden geplaatst.

In beide gevallen zal de klant ontevreden zijn.

In dit geval zou het dankzij de goede digitalisatie van Bitstream mogelijk zijn om gewoon het Bitstream TrueType-font te blijven gebruiken, maar de klant moet dan niet vergeten om dit fontbestand mee te leveren. Bovendien moet het TrueType-bestand geschikt zijn voor het computerplatform dat het servicebureau gebruikt. Veel servicebureaus werken alleen met Macintoshes en veel CorelDraw gebruikers werken alleen met een Windows-computer. Een TrueType lettertype voor de PC is zonder fontconversiesoftware als Fontographer niet op de Mac te gebruiken. Vice versa werkt dit ook niet. Ook PostScript-fonts voor het ene computerplatform zijn niet zonder meer op een ander computerplatform te gebruiken. Het is echter wel mogelijk om een PC PostScript-font vanaf een Windows-computer permanent naar een printer of een belichter te downloaden en daarna dat font te laten gebruiken door bestanden die vanaf een Macintosh worden verstuurd (en omgekeerd).

De CorelAvalon heeft precies dezelfde spatiëring als de ITC Avant Garde. Maar daar is iets anders aan de hand. Bij de digitalisatie is niet veel tijd besteed aan het zoeken naar de juiste kwadratische vergelijkingen, zodat de letters opgebouwd zijn uit veel meer lijnstukjes dan noodzakelijk. Omdat de complexiteit van een printopdracht kwadratisch evenredig is met het aantal knooppunten (dat zijn met elkaar verbonden lijnstukjes) en de resolutie van de belichter, levert het gebruik van onnodig complexe fonts een veel grotere kans dat een document niet is af te drukken op een hoge-resolutie-laserbelichter.

 
     

 
 
 
 
     

 
     

In bovenstaande illustratie is te zien dat de goede TrueType digitalisatie van Bitstream ten opzichte van het PostScript-font zes extra knooppunten heeft. Het font van Corel heeft maar liefst dertien extra knooppunten nodig. Voor een illustratie maken dertien knooppunten meer of minder niet veel uit, maar een pagina kan 1000 tot 2000 letters bevatten en dan worden het opeens 13000 tot 26000 extra knooppunten. Dat maakt vaak net het verschil tussen wel en niet kunnen afdrukken.

Overigens zijn er ook diverse PostScript Type 1-fonts met veel te veel knooppunten. Dit komt echter alleen voor bij fonts die met zogenaamde trace-software zoals Adobe Streamline en CorelTrace zijn gedigitaliseerd. Wees hiervoor beducht bij extreem goedkope collecties (1000 fonts voor tweehonderd gulden) en shareware- of public domain-fonts die op het Internet staan.

Advies: gebruik liever geen TrueType-fonts. Nog beter, gebruik alleen PostScript-fonts uit de grote collecties zoals Adobe, Agfa, Linotype en Monotype.

 
     

 
     

 
   
  | INHOUD | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | WOORDENLIJST |  
   
   U leest nu hoofdstuk 07 PostScript versus TrueType  
     

 
           
   
      Uw beste kennis in de grafische wereld  
       
      emday bv
kerkenbos 12-34b
6546 be nijmegen
nederland
    tel. 024-3220000
info 0800-3220000
fax 024-3220009
email info@emday.nl
web www.emday.nl
    kvk 09122849
abn/amro 44.72.43.446
 
         
Font: normaal | groter | nog groter