Lettertypen zijn er in vele soorten en maten. Op deze webpagina's schept Miriam van der Have, docent en senior consultant bij Emday, orde in de chaos en wordt en passant uitgelegd wat de sterke en zwakke punten van diverse font-technologiën zijn.

 
     
   
  | INHOUD | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | WOORDENLIJST |  
   
     
   
 

9 - Fontsoorten herkennen

 
     
     

In dit hoofdstuk wordt behandeld hoe u onder Windows en het Mac OS TrueType-fonts en PostScript Type 1-fonts van elkaar kunt onderscheiden.

 
     

 
     

Windows
Bij Windows gebruiken TrueType-fonts de bestandsextensie .TTF. In dat bestand zitten zowel het feitelijke font als de kerningparen en de breedte van alle letters opgeslagen. Deze informatie staat bij PostScript-fonts verdeeld over twee bestanden. Bestanden die op .PFB eindigen, bevatten een PostScript-font. Bij ieder PostScript-font behoort een ander bestand met vrijwel dezelfde bestandsnaam. Alleen de extensie is anders, namelijk .PFM. De letters PFM staan voor Printer Font Metric. In dit bestand staan de zogenaamde kerningparen en de breedte van alle letters opgeslagen.

 
     

 
     

MacOS Classic
Bij de Macintosh worden TrueType-fonts opgeslagen in ‘kofferbestanden’. Het vervelende is dat precies dezelfde kofferbestanden ook door PostScript-fonts worden gebruikt, maar dan voor het opslaan van de bitmap-fonts die noodzakelijk zijn voor het bepalen van de kerningparen en de breedtewaarden van alle letters.

Als op een kofferbestand wordt gedubbelklikt, wordt de inhoud van de koffer zichtbaar. Als de inhoud bestaat uit een icoon met drie A’s heeft u te maken met een TrueType-font. Als slechts één A op het icoon staat, heeft u de bitmap van een PostScript-font gevonden.

Het bijbehorende PostScript-fontbestand is meestal herkenbaar aan een ikoon met een grote A. Hieronder staat een schema waarin de ikonen duidelijk staan weergegeven.

 
     

 
     

MacOS X
Fonts herkennen bij MacOs X is een stuk ingewikkelder dan bij de overige besturingssystemen. Ten eerste omdat fonts op een groot aantal plaatsen geïnstalleerd kunnen worden en ten tweede omdat nog wel wordt gewerkt met een soort kofferbestanden, maar deze kunnen niet meer worden geopend op de manier zoals dat bij MacOS Classic gebruikelijk was.

Fonts voor MacOS X kunnen allereerst worden geïnstalleerd in de map Macintosh HD:Systeemmap:Lettertypen. Fonts die hier worden geplaatst zijn beschikbaar voor zowel MacOS X als MacOS Classic. Maar fonts kunnen ook worden geïnstalleerd in de map Macintosh HD:System:Library:Fonts. Daar zijn ze beschikbaar voor alle gebruikers van het computersysteem. Fonts die alleen voor een bepaalde gebruiker bedoeld zijn, kunnen worden geïnstalleerd in de map Macintosh HD:Users:gebruikersnaam:Library:Fonts.

Een bijkomend probleem is dat een nieuw ikoon wordt gebruikt voor zowel truetype-fonts als voor de koffer-bestanden waarin de bij een Type 1-font behorende bitmap-fonts worden opgeslagen. Het hiernaast afgebeelde ikoon kan echter niet net als bij MacOS Classic worden geopend door er op te dubbelklikken. De inhoud moet worden bepaald door het aloude Appeltje-i op het toetsenbord aan te slaan (of door in het menu Archief op de Optie Toon Info te klikken).

 
     

 
  Met 'appeltje-i' kan onder MacOS X informatie over een font worden opgevraagd. Jammergenoeg wordt bij het tegelijk-draaiende MacOS Classic de informatie van de resource-fork getoond, waardoor daar geen onderscheid kan worden gemaakt tussen kofferbestanden voor TrueType- of bitmap-fonts.

Let ook eens op de omvang van dit fontbestand: 13,3 MB! Gezien de omvang is het een OpenType-font met een complete tekenset van 65535 tekens.

   

 
     

 
     

Door op een font-ikoon te dubbelklikken wordt de Apple TrueType Font Editor geopend. Als het ikoon in werkelijkheid verwijst naar een bitmap-bestand, wordt een foutmelding gegeven.

 
     

 
     

OpenType
OpenType-fonts zijn beschikbaar in slechts twee uitvoeringen: .OTF-bestanden met Adobe-technologie en .TTF-bestanden met Microsoft TrueType-technologie. Deze bestanden zijn zonder conversie geschikt voor Macintosh en Windows. Jammer genoeg is aan de ‘buitenkant’ niet te zien of een .TTF-bestand een oud TrueType-font is of een OpenType-font. Als de bestandsomvang nogals fors is (een paar honderd KB of zelfs meer dan 10 MB), is de kans groot dat het een OpenType-font is.

Onder MacOS X maken de meeste fonts gebruik van de bestandsextensie .dfont en hert besturingssysteem gaat er dan van uit dat het TrueType-fonts zijn. De meer gebruikelijke extenties .TTF en .OTF zijn echter ook toegestaan, maar dan toont MacOS X geen font-ikoon op het beeldscherm.

 
     

 
 
 
     

 
     

Aanleveren bij een servicebureau
Als u een PostScript-font wilt aanleveren bij een servicebureau, zult u altijd twee bestanden moeten aanleveren:

  • bij MacOS Classic een koffertje met de juiste bitmap en het feitelijke PostScript-fontbestand,
  • Bij MacOS X de gebruikte fontbestanden, inclusief eventueel aanwezige .pfm- of .afm-bestanden.
  • bij Windows een .PFB-bestand en een bijbehorend .PFM-bestand.

Bij de Macintosh kan het ikoon van het fontbestand anders zijn dan in het eerder gegeven schema is weergegeven. Het ikoon met de A erin is namelijk specifiek voor Adobe fonts.

PostScript-fonts worden onder Windows geïnstalleerd in de map /psfonts/ (voor de .PFB-bestanden) en /psfonts/pfm/ (voor de .PFM-bestanden). Met Adobe Type Manager de Luxe is het echter mogelijk om fonts in iedere andere map te installeren.

Bij MacOS Classic staan fonts meestal geïnstalleerd in de map Lettertypen, tenzij met bijvoorbeeld een fontbeheerprogramma Suitcase of Adobe Type Manager de Luxe een andere map wordt gebruikt.

Zoals eerder beschreven kunnen fonts voor MacOS X worden geïnstalleerd in diverse mappen:

  • Macintosh HD:Systeemmap:Lettertypen.
  • Macintosh HD:System:Library:Fonts
  • Macintosh HD:Users:gebruikersnaam:Library:Fonts.

De meeste DTP-programma’s hebben tegenwoordig een optie waarmee alle voor het servicebureau belangrijke bestanden, dus ook de fonts, bij elkaar in een map kunnen worden geplaatst. Hou er echter rekening mee dat het aan een servicebureau aanleveren van fonts alleen is toegestaan als het servicebureau zelf ook over een licentie voor de fonts beschikt.

Om problemen met fonts te voorkomen, is het beter om PDF-bestanden aan te leveren, waarbij de gebruikte fonts zijn ingesloten. Dit voorkomt zowel juridische problemen als allerlei font-problemen.

 
     

 
  Diverse iconen voor fonts onder MacOS Classic    

 
     

 
  Diverse iconen voor fonts onder MacOS X, links voor Postscript Type 1 en rechts voor TrueType.    

 
     

 
  Diverse iconen voor fonts onder Windows. Van links naar rechts: Type 1, TrueType, OpenType en bitmap.    

 
     

 
     

 
     

 
   
  | INHOUD | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | WOORDENLIJST |  
   
   U leest nu hoofdstuk 09 Fontsoorten herkennen  
     

 
           
   
      Uw beste kennis in de grafische wereld  
       
      emday bv
kerkenbos 12-34b
6546 be nijmegen
nederland
    tel. 024-3220000
info 0800-3220000
fax 024-3220009
email info@emday.nl
web www.emday.nl
    kvk 09122849
abn/amro 44.72.43.446
 
         
Font: normaal | groter | nog groter