Lettertypen zijn er in vele soorten en maten. Op deze webpagina's schept Miriam van der Have, docent en senior consultant bij Emday, orde in de chaos en wordt en passant uitgelegd wat de sterke en zwakke punten van diverse font-technologiën zijn.

 
     
   
  | INHOUD | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | WOORDENLIJST |  
   
     
   
 

11 - Fontterminologie

 
     
     

In de woordenlijst staan meer dan tweehonderd fonttermen kort verklaard, maar er zijn vier onderwerpen die zo belangrijk zijn dat ze hier een eigen hoofdstuk krijgen:

 
     
 

Font

 
     
     

Er is nogal wat verwarring over het begrip font. DTP-programma’s hanteren tegenwoordig de volgende definitie: Een font is de unieke combinatie
van een letterfamilie en een stijl.
Bekende families zijn:

 
     
     



Op de onderste regel staan drie zogenaamde pi-fonts
Zapf Dingbats, Symbol en WingDings

 
     
     

De GillSans is een letterfamilie met vele stijlen, terwijl bij de computer per familie vaak slechts vier stijlen mogelijk zijn:

  • normaal
  • cursief
  • vet
  • vetcursief

Dat is eenvoudig opgelost door de GillSans op te splitsen in diverse families. Zo levert Adobe van de GillSans minstens 15 variaties die feitelijk één familie vormen. Voor de computer zijn ze echter opgesplitst in een aantal families met ieder vier of twee stijlen. Hoewel ze uit het oogpunt van een ontwerper gezien uit één familie stammen, zijn de GillSans, de GillSans Light en de GillSans Condensed verschillende families die ieder een stijl ‘normaal’ bieden.

 
     

 
     

 
     

 
     

Dat is eenvoudig opgelost door de GillSans op te splitsen in diverse families. Zo levert Adobe van de GillSans minstens 15 variaties die feitelijk één familie vormen. Voor de computer zijn ze echter opgesplitst in een aantal families met ieder vier of twee stijlen. Hoewel ze uit het oogpunt van een ontwerper gezien uit één familie stammen, zijn de GillSans, de GillSans Light en de GillSans Condensed verschillende families die ieder een stijl ‘normaal’ bieden.

 
     
     
 

Corps

 
     
     

Het corps van een letter is niets anders dan een maataanduiding voor de grootte van een letter. Het corps wordt uitgedrukt in ‘punten’, maar het probleem is dat er verschillende definities van het begrip ‘punt’ bestaan. Zo zijn er Pica-punten, Didot-punten en fractionele punten.

 
     

 
  Deze illustratie laat alleen de onderlingen verhouding tussen de lettergrootte zien.    

 
     

 
     

In onderstaande tabel is precies weergegeven wat het verband tussen de verschillende maatstelsels is. Let vooral goed op het verschil tussen de Pica-punt en de Didot-punt. Het verschil bedraagt maar liefst zeven procent. Wie niet goed met zijn drukker of zetter communiceert welk soort punt gebruikt gaat worden, kan een veel te grote of juist veel te kleine letter krijgen.

 
     

 
  Een didotpunt is ongeveer zeven procent groter dan een picapunt!    
   mm inch didotpunt picapunt frac. punt
1 mm = 1,00000 0,03937 2,65911 2,84527 2,83463
1 inch = 25,40000 1,00000 67,54142 72,26996 72,00000
1 didotpunt = 0,37607 0,01481 1,00000 1,07001 1,06601
1 picapunt = 0,35146 0,01384 0,93457 1,00000 0,99626
1 fractionelepunt = 0,35278 0,01389 0,93808 1,00375 1,00000
 
     

 
 

Ongeveer zo'n stukkie
   

Leer die getallen niet uit uw hoofd! En ga vooral niet telkens uitrekenen hoeveel milimeter een zoveel-punts letter is. Straks zullen we zien dat de corpsgrootte weinig zegt. Bovendien moet u zich eens een Marsmannetje voorstellen dat vraagt hoe groot een centimeter is. U kunt dan een semi-intelligent verhaal ophangen over 100 centimeter lange staaf van platina die bij een temperatuur van 18 graden Celsius in Parijs bewaard wordt, maar dat roept bij het arme Marsmannetje alleen maar nieuwe vragen op. Wat is platina? Wat is graden? Wat is Celsius? Wat is parijs?

Er is maar één goed antwoord op zijn vraag. Terwijl u uw duim en wijsvinger een stukje van elkaar houdt, spreekt u de historische woorden: ‘Ongeveer zo’n stukkie’.

 
     

 
     

Voor wie toch wil rekenen is de volgende informatie het belangrijkst: 1 picapunt = 0,93475 Didot-punt. Er lopen nog steeds grafici rond die met de Didotpunt werken terwijl alle gebruikelijke programma's (en daardoor de meeste Nederlanders) uitgaan van de Picapunt. Spraakverwarring tussen de Didot-aanhangers en de Pica-aanhangers kan leiden tot een verkeerde lettergrootte.

Overigens wordt een Didot-punt in Nederland ook wel een Cicero- of een Augustijn-punt genoemd. 12 Didotpunten = 1 Cicero = 1 Augustijn.

 
     
     
 

x-hoogte, basislijn, staarten en stokken

 
     
     

Over de grootte van de letter, het corps, bestaat de nodige onduidelijkheid. Bij verschillende fonts met een gelijk corps, kan de hoogte van de letter aanzienlijk verschillen. Om dat te kunnen begrijpen moet eerst worden gekeken naar een paar lijnen die in ieder font getekend kunnen worden en de hoogte van de letter x.

 
  Dit is een vereenvoudigde weergave van de te gebruiken lijnen, want een fontontwerper kan zelf net zoveel lijnen bedenken als hij/zij zelf wil.    

 
     

 
     

Allereerst is daar de basislijn. Die loopt langs de onderkant van de letter x. De ronde letters, zoals de e, steken daar een klein beetje onder uit. Dat is noodzakelijk omdat anders, door optisch bedrog, het net lijkt of deze letters te hoog staan.

De hoogte van de letter x wordt, weinig verrassend, de x-hoogte genoemd. De x-hoogte is veel belangrijker dan het corps. Per slot van rekening is er maar één letter waarvan de letterhoogte gelijk is aan het corps: de j (en zelfs dat hoeft niet altijd waar te zijn, kijk maar naar deze tekst).

Er is geen vaste relatie tussen de x-hoogte en het corps. Bij de omschrijving van fonts wordt echter regelmatig aangegeven dat ze een grote x-hoogte hebben. Hieruit is dan af te leiden dat bij een gelijk corps, een font toch groter is/lijkt dan bij andere (gemiddelde) fonts.

 
     

 
 
 
 
     

 
     

De hoogte van de kapitalen is over het algemeen gelijk aan de ruimte tussen de basislijn en de stoklijn. Voor alle duidelijkheid: ‘stokken’ zijn de gedeelten van de letters b, d, f, h, k, l en t die boven de x-hoogte uitsteken. De ‘staarten’ van de letters g, j, p, q en y steken onder de basislijn uit.

Nota bene, in de illustratie is een vereenvoudigd model van de diverse lijnen die bij de typografie worden gebruikt. Er zijn in principe nog andere lijnen mogelijk. Zo is de stoklijn niet per se dezelfde lijn die de kapitaalhoogte weergeeft.

 
     
     
 

Monospaced, proportioneel en spatiëring

 
     
     

Bij monospaced letters, zoals hieronder de Courier, krijgt iedere letter evenveel ruimte. Regelmaat zal over het algemeen tot een overzichtelijker typografie leiden, maar in de praktijk wordt de onregelmatige verdeling van het proportionele schrift toch beter gewaardeerd.

 
     

 
  Courier, voorbeeld van een monospaced font.    

 
     

 
     

Overigens is de Courier speciaal ontworpen voor de beroemde bolletjes-schrijfmachine van IBM. Hoewel de letter overal even dik is, worden toch een soort schreven gebruikt. Dit soort lettertype wordt ook wel aangeduid als een Egyptiënne. De Helvetica die hieronder in het voorbeeld voor het proportionele schrift wordt gebruikt, is een schreefloze letter.

 
  Helvetica, voorbeeld van een proportineel gespatieerd font.    

 
     

 
     

Ook zijn veel mensen ervan overtuigd dat schreefletters prettiger lezen dan schreefloze letters. Om die reden, maar ook vanwege het vermeende onderscheid modern/klasiek, worden korte advertentieteksten vaak gezet uit schreefloze fonts, terwijl de meeste kranten gebruik maken van schreefletters. De vraag is of deze overtuiging juist is, want in Italië gebruiken de meeste kranten een schreefloze letter.

Maar laten we terugkeren naar de reden waarom een onregelmatig proportioneel lettertype toch prettiger leest dan een evenwichtig verdeeld monospaced lettertype.

 
     

 
  Bij de Courier is de witruimte onregelmatig verdeeld.    

 
     

 
     

In bovenstaande illustratie vallen de letters bijna weg tegen de achtergrond en is met een balk de ruimte tussen de letters beter zichtbaar gemaakt. Nu is direct te zien, waarom de ‘onregelmatige’ proportionele letters toch prettiger overkomen dan de zo mooi geordende monospaced letters. Het gaat namelijk niet alleen om het zwart van de letter, maar ook om de regelmatige verdeling van het wit in een letter. Bij proportionele letters is een veel regelmatiger verdeling van zwarte inkt en wit papier.

 
     

 
 

De Times heeft een haast perfecte verdeling van de witruimte.

   

 
   
   
 

Fontconflicten

 
     
     

Als twee fonts elkaar ‘in de weg zitten’ is sprake van een fontconflict. Er zijn diverse soorten fontconflicten:

  • Conflicten binnen de printer
  • Conflicten binnen de computer
 
     

 
     

Conflict binnen de printer
Binnen een PostScript-printer worden niet de fontnamen gebruikt, maar de zogenaamde font-id-codes. Dit zijn getallen die uniek behoren te zijn. Als in een printer twee fonts hetzelfde font-id gebruiken, is sprake van een fontconflict; de printer weet dan niet meer welk font gebruikt moet worden. Tegenwoordig komen dit soort fontconflicten niet meer zo vaak voor.

 
   
 
   

De Symbol van Adobe (bovenste regel) is duidelijk
een ander ontwerp dan de Symbol van Monotype.
Toch gebruiken ze beide font-id 2009.

 
   
  Het insluiten van fonts kan dit soort problemen voorkomen...    

 
   
 
   

De Courier van Apple (bovenste regel) is
vetter dan de Courier van Adobe.
Toch gebruiken ze beide font-id 22.

 
     

 
     

 
     

Conflict binnen de computer
Maar ook in de Macintosh kan een soort fontconflict optreden. Dat komt doordat de Macintosh standaard wordt geleverd met TrueType-versies van de fontfamilies Times, Helvetica, Courier, Palatino en Symbol. Als PostScript-versies van deze fonts worden geïnstalleerd, heeft de Macintosh plotseling de keuze uit twee fonts met dezelfde naam. Het wordt echter een probleem als de applicatie het TrueType-font gebruikt en de printerdriver het Type 1-font (of omgekeerd). Dit fontprobleem is de belangrijkste reden van afdrukproblemen op de Macintosh en manifesteert zich voor de gebruiker het duidelijkst in de vorm van wegvallende accenttekens en ligaturen.

 
   
  Het meest voorkomende fontconflict op de Macintosh: een TrueType-lettertype en een Type-1 lettertype met dezelfde naam zijn tegelijk actief.    

 
     

 
     

Het zal duidelijk zijn dat de door Apple geleverde TrueType-fonts moeten worden verwijderd voordat andere fonts worden geïnstalleerd. Verwijder echter niet de fonts Chigago, Geneva, New York en Charcoal, want dat zijn systeemfonts van de Macintosh.

 
     

 
     

 
   
  | INHOUD | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | WOORDENLIJST |  
   
   U leest nu hoofdstuk 11 Terminologie  
     

 
           
   
      Uw beste kennis in de grafische wereld  
       
      emday bv
kerkenbos 12-34b
6546 be nijmegen
nederland
    tel. 024-3220000
info 0800-3220000
fax 024-3220009
email info@emday.nl
web www.emday.nl
    kvk 09122849
abn/amro 44.72.43.446
 
         
Font: normaal | groter | nog groter